1. Klaas, Johanna en de anderen

In Winsum ligt een klein kerkhof, net buiten het dorp. In de eerste rij, onder de nummers vier en vijf, liggen onze overgrootouders begraven: Klaas Pieters Meima en Johanna Meima-Danhof. Klaas stierf in 1923, 88 jaar oud en Johanna, zijn derde vrouw, volgde hem 18 jaar later, 89 jaar oud.

Kroniek-1-graf
Klaas Pieters Meima werd geboren op 23 juni 1833 in Bedum als oudste zoon van Pieter (Klaaszoon) Meima, geboren in Thesinge, korenschipper en/of broodbakker te Bedum, en Korneliske (Klaasdochter) Bos, geboren in Pieterburen. Hij trouwde drie keer. Met zijn eerste vrouw, Klaaske Jans Velthuis, trouwde hij in 1864, hij was toen dus al bijna 31 jaar. Het echtpaar kreeg twee keer een zoontje Pieter. Het eerste jongetje overleed na een jaar en negentien weken tijdens (door?) een choleraepidemie, het tweede na een jaar en twintig weken. Hun moeder Klaaske stierf anderhalve maand daarna, op 22 november 1868.
In mei 1870 trouwde Klaas voor de tweede keer, nu met Jantje Jakobs de Vries. Zij overleed binnen een jaar. Klaas tekende dit op in zijn statenbijbel: 1871. den 13 April is Jantje Jakobs de Vries in den ouderdom van bijna 28 Jaar aan een hersenziekte van 2 1/2 Etmaal overleden

Toen trouwde Klaas voor de derde maal: op 14 november 1873 met Johanna Danhof. Haar vader was Garmt Reinolts Danhof, timmerman te Baflo, haar moeder was Jantje Paul. Ze was achttien jaar jonger dan hij, ze werd geboren in Baflo “in ’t eerappelrooi’n” zoals ze later zelf zei: toen de aardappels gerooid waren ging haar vader haar aangeven en toen wist hij niet meer precies op welke dag de geboorte had plaatsgevonden, dus koos hij maar de middelste dag van die maand: 15 september 1851. Ook met Johanna kreeg Klaas een zoontje en opnieuw noemde hij het Pieter. Dit jongetje bleef leven en kreeg 4 broertjes en 1 zusje. Een broertje, Harmannus, stierf in april 1880, twee en een half jaar oud. In december 1883 werd er weer een jongetje geboren: opnieuw een Harmannus.

Ja, die namen. Het hoorde zo: de oudste zoon wordt vernoemd naar de vader van de vader, de oudste dochter naar de moeder van de moeder. De tweede zoon heet naar de vader van de moeder, de tweede dochter naar de moeder van de vader. Daarna worden de broers en de zusters van beide kanten om en om vernoemd en wel van het oudst af aan, te beginnen bij vaderskant voor de jongens en bij moederskant voor de meisjes. Vandaar dat in het gezin van Klaas de oudste zoon beslist Pieter moest heten. De tweede zoon, onze opa, werd Garmt genoemd, keurig naar de vader van Johanna. De derde zoon was Harmannus: de oudste broer van Klaas. De derde zoon werd Reinholt: Johanna’s oudste en voor zover na te gaan enige broer. Dan komt er een dochtertje: Jantje – naar Jantje Paul(us), Johanna’s moeder. Inmiddels was de kleine Harmannus overleden en toen de volgende zoon geboren werd (de laatste achteraf bezien) moest dat weer een Harmannus worden. Zo kreeg Klaas Pieters Meima, op zijn veertigste voor de derde maal getrouwd, toch nog zijn gezin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *